Actualiteiten

Ontruiming woning en artikel 8 EVRM

De Hoge Raad heeft op 12 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:25, in een arrest bepaald dat, indien een huurder bij een vordering tot ontruiming van een woning een beroep doet op de eerbiediging van – kort gezegd – family life op grond van artikel 8 EVRM, de rechter gedetailleerd dient te onderzoeken of de ontruiming voldoet aan de evenredigheid van de inmenging in het privéleven van de huurder. De argumenten van de huurder die verband houden met de inmenging in het privéleven dienen door de rechter gedetailleerd onderzocht en gemotiveerd te worden.

Het arrest brengt met zich mee dat, indien een huurder specifieke argumenten aanhaalt waarom dat er niet ontruimd kan worden en die argumenten verband houden met de eerbiediging van zijn privé-familieleven, zoals het verrichten van mantelzorg, de moeilijkheden op de woningmarkt om elders een woning te kunnen vinden, de verzorging van kinderen, etc., de rechter bij de beoordeling van de vordering tot ontruiming die specifieke omstandigheden dient te betrekken en zijn oordeel daarover gedetailleerd dient te motiveren.

Het voorgaande betekent dat het lastiger wordt om woningen te kunnen ontruimen indien de huurder een gedetailleerd beroep gedaan wordt op de in artikel 8 EVRM beschermde rechten van privacy- en family life.

Dit bericht is geplaatst op 23 februari 2024.
Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met: