Actualiteiten

Bestuursrechter past evenredigheidsbeginsel toe bij gebonden besluiten

Bij uitspraak van 26 maart 2024 van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB), ECLI:NL:CBB:2024:190, wordt de toepassing van een gebonden bevoegdheid getoetst aan het evenredigheidsbeginsel. Er wordt geoordeeld dat getoetst moet worden of het besluit op basis van het evenredigheidsbeginsel als evenwichtig getypeerd kan worden. Het CBB oordeelt dat een besluit onevenwichtig is als het in de gegeven omstandigheden voor één of meer belanghebbenden onredelijk bezwarend is. Daarbij is dat beoordelingskader van toepassing bij elk gebonden besluit, ongeacht de grondslag.

Een gebonden besluit betreft een besluit waarbij er voor het bestuursorgaan geen nadere afweging plaatsvindt. De wet of regeling bepaalt of en hoe het besluit genomen moet worden. Ondanks deze “gebondenheid” oordeelt het CBB dat dat besluit in alle geval getoetst moet worden aan het evenredigheidsbeginsel, op de wijze zoals hiervoor is aangegeven.

Van belang is nog op te merken dat de uitspraak is gewezen door de zogenaamde “grote kamer” van het CBB, dat wil zeggen dat in de kamer behalve leden van het CBB ook leden van de Centrale Raad van Beroep en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als rechter zitting hebben genomen. De verwachting is dan ook dat ook de andere bestuursrechters, Centrale Raad van Beroep en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de lijn van het CBB, als uitgezet in deze uitspraak, zullen volgen.

Dit bericht is geplaatst op 2 april 2024.
Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met: